Artikel

Mode en emancipatie: van korset tot hoepelrok

Interview met Judith van Amelsvoort: conservator mode en kostuum in het Amsterdam Museum

Denk je aan vrouwenemancipatie in combinatie met een historisch kledingstuk, dan denk je waarschijnlijk al snel aan het korset. Het verdwijnen van het korset staat symbool voor de onbelemmerde vrouw, maar er zijn nog veel meer historische kledingstukken die een verhaal vertellen over vrouwenemancipatie. Daarom licht Judith van Amelsvoort, conservator mode en kostuum in het Amsterdam Museum, een aantal collectiestukken uit die een bijzonder verhaal vertellen.

Judith van Amelsvoort

Alle rechten voorbehouden

Van Amelsvoort werkt al sinds 2015 als conservator mode en kostuum bij het Amsterdam Museum. Ze heeft een passie voor mode en is zich uiterst bewust van de boodschap die kleding kan uitdragen. “Via kleding laat je aan anderen zien waar je voor staat,” aldus Van Amelsvoort. “Je kan er veel aan af lezen.”

Modelifhebber of niet, in het museum kijkt Van Amelsvoort als onderzoeker naar de kledingstukken. “Mode reflecteert de maatschappij,” vertelt ze, maar andersom kan mode ook een maatschappelijke verandering teweeg brengen. “Het is vaak een wisselwerking.” Daarom is het interessant om te kijken naar historische kledingstukken en de (verborgen) boodschap die deze kleren uitdragen.

Kleding voor kiesrecht

Mode kan een bepaalde betekenis hebben. Het kan een bepaalde maatschappelijk rol reflecteren. Een goed voorbeeld hiervan is de kleding van de Engelse suffragettes, die aan het begin van de 20e eeuw voor vrouwenkiesrecht streden. “De kleuren van de suffragettes waren groen, wit en paars,” vertelt Van Amelsvoort. “En dat zag je ook terug in hun kleren.”  Zo werden er linten in deze kleuren verkocht, die je kon gebruiken voor onder andere hoeden, riemen en badges.

Ook het Amsterdam Museum heeft stukken uit deze tijd, zoals een broche  van Aletta Jacobs. Jacobs was voorzitter van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht en is één van de bekendste feministen uit de eerste feministische golf. “De broche is een interessant object uit de periode 1900”, aldus Van Amelsvoort. “We hebben ook een prachtige foto waarop Aletta Jacobs de broche draagt.”

Aletta Jacobs komt uit Groningen en studeerde daar aan de universiteit, maar heeft het grootste deel van haar werkzame leven in Amsterdam doorgebracht. In 1879 vestigde ze zich als eerste vrouwelijke arts van Nederland aan de Heren- en later aan de Keizersgracht. Op deze foto draagt ze een broche die nu onderdeel is van de collectie van het Amsterdam Museum.

De witgouden broche (ca. 1900-1924) met diamanten die toebehoorde aan arts en feminist Aletta Jacobs uit de collectie van het Amsterdam Museum.

Sportkleding voor vrouwen

We gaan iets verder terug in de tijd, naar het einde van de 19e eeuw, wanneer sporten zoals tennis, fietsen en autorijden populairder worden onder vrouwen. Bij het beoefenen van deze sporten moest rekening gehouden worden met comfort en zo ontstond onder andere een korter korset. Ook kwamen er broeken voor op de fiets, dit zwaren een soort broekrokken of wijdpoffende kniebroeken, zogenaamde bloomers.

Door de toenemende interesse van vrouwen in sport gingen korsetproducenten steeds meer rekening houden met het comfort van de mobiele vrouw. Omstreeks 1900 droegen vrouwen onder gemakkelijk zittende kleding, zoals sportkleding, vaak slechts een kort taillekorset. Dit roze korset uit de collectie van het Amsterdam Museum is hier een goed voorbeeld van.

Het Amsterdam Museum heeft nog een ander bijzonder sportkledingstuk in de collectie, namelijk de automobielmantel. Aan het eind van de 19e eeuw is autorijden in plaats van een vervoersmiddel vooral een luxe sport. “Voor die sport was er speciale sportkleding,” vertelt Van Amelsvoort. “Zo had je de automobielkleding, zoals een stofjas en een hoed met sluier.” Met deze kleding werden de vrouwen beschermd tegen de kou en opwaaiend stof. “Dit soort sportkleding was heel belangrijk voor de vrijheid van de vrouw,” aldus Van Amelsvoort.

De automobielmantel (1906) uit de collectie van het Amsterdam Museum

Wandelen met een grote rok

Een andere sport die vrouwen in de 19e eeuw beoefenden was wandelen, maar dat kan knap lastig zijn met die grote rokken. Gelukkig werd hier rond 1850 een oplossing voor bedacht in de vorm van de porte-jupe of relève-jupe. “Dit was een soort riem met touwtjes die aan de binnenkant van de rok werden vastgemaakt,” vertelt Van Amelsvoort. “Als je dan lekker wilde wandelen, trok je zo je rok omhoog en werd die niet vies.

“De porte-jupe was belangrijk voor de vrijheid van de vrouw,” aldus Van Amelvoort. Was het wandelen eerst vooral weggelegd voor rijkbedeelde vrouwen die aparte reis-en wandelkleding konden kopen zoals een voetvrije rok, door de porte-jube konden ook vrouwen met een beperkter budget wandelen volgens de laatste mode.

Vrouwen dragen een porte-jupe, waardoor ze hun rok makkelijk omhoog kunnen trekken en gemakkelijk kunnen wandelen zonder dat de jurk vies wordt.

Een porte-jupe (1858-1866) uit de collectie van het Amsterdam Museum.

Volgens Van Amelsvoort is het belangrijk om bij dit soort klassenverschillen stil te staan. “Het is goed om je te beseffen dat bijna alle historische kostuums van het Amsterdam Museum, en vooral die uit de 18e en 19e eeuw,  van vrouwen uit de upper class waren. Die kleding was gemaakt van kostbare stoffen zoals zijde en zijn dus bewaard gebleven. De arbeidersklasse droeg kleding van linnen en wol die meestal werden opgedragen of gerecycled. De historische kostuums in het museum zijn dus geen goede afspiegeling van de maatschappij, maar alleen van de bovenlaag.” Bij nieuwe aanwinsten van moderne ontwerpen zorgt het museum ervoor dat alle rangen, standen en culturen in de collectie zijn vertegenwoordigd.

In een kooi

Naast het bedenken van de porte-jupe werden er in het midden van de 19e eeuw nog meer kledinguitvindingen gedaan, waardoor vrouwen beweeglijker werden. Zo maakte de in 1839 uitgevonden ‘crinoline’ een einde aan de enorme hoeveelheid onderrokken, die de vrouwen droegen om mee te doen aan de mode voor wijde japonrokken. “Die onderrokken waren een enorme last,” aldus Van Amelsvoort.

Een crinoline (1840-1850) uit de collectie van het Amsterdam Museum.

Met de crinoline, een onderrok van haardoek met paardenhaar, kon hetzelfde effect gecreëerd worden als met de onderrokken, maar dan zonder het enorme gewicht. “De crinoline was licht doch stug,” vertelt Van Amelsvoort. In 1856 werd door de Française A.C. Miliet nog een lichtere vorm van de crinoline bedacht: de open hoepelrok. Deze werd ook wel ‘cage’ genoemd, naar het Franse of Engelse woord voor kooi. Dit soort uitvindingen waren heel belangrijk voor de beweeglijkheid voor vrouwen.

Een 'cage' (1860-1865) uit de collectie van het Amsterdam Museum.

Toch was er ook een minpunt aan de crinolines. Ze waren namelijk erg makkelijk ontvlambaar. “Door de open haarden ging er nog wel eens een in de fik,” vertelt Van Amelsvoort. “Mode kan dus ook gevaarlijk zijn.”

 Feminisme

Het moge duidelijk zijn dat er achter kleding veel meer schuil kan gaan dan alleen smaak. Ook Van Amelsvoort is zich heel bewust van de boodschap die haar kleren kunnen uitdragen. “Ik voel me niet prettig met een vlek op mijn rok,” vertelt ze. “Ik bezit bovendien ook geen broeken en al helemaal geen denim broeken. Uniseks is niet aan mij besteed. Ik geloof niet dat vrouwen mannen moeten proberen te zijn of andersom. Je moet gewoon jezelf zijn."

Of haar keuze voor rokken en jurken een feministisch statement is? “Ja, maar ik ben heel blij dat je in Nederland wel een broek aan mág of een hoofddoek. Ik ben mij er heel bewust van dat dat nog niet zo lang zo is. Nog geen honderd jaar geleden mocht je je enkels nog niet laten zien.” Toch zijn we er volgens Van Amelsvoort nog niet. “Ik maak mij geen illusie dat vrouwen gelijk zijn aan mannen. Vrouwen krijgen nog steeds minder betaald dan mannen. Ook nu is dit nog een punt.”

In het Amsterdam Museum is tot 6 september de tentoonstelling Fashion Statements te zien. Een tentoonstelling waarin zes toonaangevende ontwerpers het gesprek aangaan tussen het heden en het verleden, door hun hedendaagse creaties naast én tegenover de historische collectie van het Amsterdam Museum te plaatsen. Eerder schreven wij over deze tentoonstelling dit artikel.