Artikel

Lang leve de wasmachine

Annegreet van Bergen

Ergens in Nederland – ik zit te denken aan een plantsoen met bejaardenhuisjes uit de jaren zestig – zou een standbeeld moeten komen voor de wasmachine. Een in brons gegoten wasautomaat met daaronder de Wilhelmus-achtige tekst ‘de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt’. Geen enkel ander elektrisch apparaat heeft huisvrouwen méér tijd gegeven dan de wasautomaat. Het is de moeder aller huishoudelijke apparaten.

Wasmachine/Nationaal Archief-CC0

Welgestelde lieden hadden in de jaren vijftig het geluk dat ze de was de deur uit konden doen naar een wasserij (die dikwijls Edelweiss heette). Maar in de meeste huishoudens stond het leven destijds één of twee dagen per week in het teken van de was; er waren zelfs gezinnen waar de vaders op maandagmorgen vrij namen om hun vrouw te helpen. De was doen was een tijdrovend en zwaar karwei.

En dan heb ik het niet eens over vrouwen die de was op wasborden schoonboenden; dat was helemaal gekkenwerk. Ook de eerste elektrische wasmachines, de zogenoemde ‘langzaamwassers’ of ‘bovenladers’, vroegen een flinke krachtsinspanning. Doordat ingebouwde verwarming ontbrak, moesten huisvrouwen het waswater eerst in een ketel op het fornuis verwarmen en daar dan de machine mee vullen. Programmaschakelaars bestonden niet. In plaats daarvan was er een logische, door de kleur van het wasgoed bepaalde volgorde. Als eerste ging de witte was in de machine, gevolgd door de lichtbonte, de bonte en tot slot de donkere was.

Eventueel werden in het allerlaatste waswater ook nog overalls en poetsdoeken gewassen. Daarna werd de machine afgetapt met een slang boven een putje. Zuinige huisvrouwen vingen het water in een emmer op en boenden er de stoep mee.

Wasgoed uit de machine overhevelen naar het spoelwater was eveneens handwerk. Dat gebeurde met lange houten tangen. Na het spoelen moest de was door de wringer. Losse, laat staan ingebouwde centrifuges bestonden nog niet. Desondanks waren die eerste machines schreeuwend duur. In een tijd dat het weekloon 50 tot 90 gulden bedroeg, kostte een Hoover 400 tot 600 gulden.

Soms namen vaders vrij om hun vrouw te helpen met de was

Daarom huurden huisvrouwen, soms samen met de buurvrouw, voor een dagdeel een wasmachine. Verhuurbedrijven zaten overal in Nederland. Sterke mannen brachten de machines en haalden ze ook weer op. Omdat er geen centrifuge en dus ook geen zware stabilisator in zaten, waren de apparaten gelukkig minder zwaar dan de huidige automaten. Maar toch waren het logge bakbeesten. Ze werden op bakfietsen vervoerd en eventueel ook de trap naar een bovenwoning op gesjouwd.


In de Zaanstreek waren Cees en Klaas Molenaar actief. Zij begonnen in 1953 Wastora, een winkel in WAsmachines, STOfzuigers en RAdio’s. Een door een Utrechtse loodgieter ontwikkelde wasmachine, Bico, was hun paradepaardje. Die Bico verkochten ze ook. Met 197,50 gulden was hij betaalbaarder dan de Amerikaanse Hoover.

Cootje (1932) deed altijd de was voor haar moeder, die nogal ziekelijk was. ‘Mijn vader kwam elke week een koffer was brengen. Met een half eigengebakken krentenbrood, dat was mijn loon. Na een paar dagen kon hij de was, keurig gestreken, weer ophalen. Toen er zo’n goedkope Bico kwam, hebben mijn moeder en ik hem samen – op afbetaling - gekocht. Wastora organiseerde onder het motto “Een kind kan de was doen” bij ons in Krommenie in De Sociëteit en in Zaandam in Ons Huis gratis cabaret- en demonstratieavonden.’
De gebroeders Molenaar, later vooral bekend als sponsor van voetbalclub AZ uit Alkmaar, verkochten 2 miljoen van deze Bico’s.

In de loop van de jaren werd de wasautomaat steeds populairder. In een wasautomaat stop je de was, en zonder dat je je handen nat hoeft te maken komt de was er gewassen, gespoeld en gecentrifugeerd weer uit.

Gerda (1949) had er in 1970 ook zo een. Toen de wasmachine van haar schoonmoeder kapot was, kwam die met haar was bij Gerda. ‘Ik deed haar spullen in mijn machine en vervolgens zaten wij gezellig te praten. Je had mijn schoonmoeder moeten zien kijken toen ik twee uur later de schone was uit de machine haalde. Wij hadden niets hoeven doen en toch was hij schoon! Ze geloofde haar ogen niet.’

In 2015 staat in 70 procent van de huishoudens naast de wasautomaat ook een droogautomaat. En nog klagen sommige jonge vrouwen dat ze de was opvouwen zoveel werk vinden. Misschien moeten we serieus werk maken van dat standbeeld voor de wasautomaat en er een nationaal monument van maken, op een prominente plek.

Annegreet van Bergen is econoom en journalist. 

Historisch Nieuwsblad

Dit artikel is afkomstig van Historisch Nieuwsblad, tevens partner van de Maand van de Geschiedenis. Kijk voor meer verhalen over Geluk op Historisch Nieuwsblad.

 

Media