Artikel

Een vrouw en een kip zijn de pest op je schip

Door: Hanneke Janssen

Hoewel de scheepvaart in de vroegmoderne tijd bekendstaat als een onvervalst mannenbolwerk, laten rechtbankverslagen uit die tijd zien dat vrouwen met regelmaat – vermomd als man – aan boord gingen. Wat dreef hen daartoe?

Het is 1665 en Willemtje Gerrits schuifelt langzaam de loopbrug op. Haar rug recht, haar schouders breed. De plank beweegt mee met de wilde golven van de zee. Het zal in ieder geval geen rustige tocht worden, als ze tenminste op het schip geraakt. Nog drie mannen voor haar tot ze haar mond open moet trekken om haar naam te vertellen aan de kapitein. Haar knieën knikken, de zee lijkt wilder te worden. Hoe angstig ze ook is, van omdraaien is geen sprake. Dit is wat ze wil, onder de mannen, de zee op. Op dit schip wordt ze één van hen. ‘Naam?’ ‘Willem Gerrits’, antwoordt ze.

Zo belandde Willemtje Gerrits aan boord van VOC-schip Maarsseveen als konstabelmaat, waar ze hielp bij het verzorgen van de munitie. Als vrouw in de zeventiende eeuw was je vermommen als man de enige manier om als bemanningslid op een schip terecht te komen. Het was namelijk niet toegestaan voor vrouwen om als onderdeel van de bemanning mee te varen. Lange reizen, muiterijen en zeeslagen waren niet voor hen weggelegd.

Tenminste, zo had het in theorie moeten zijn. In werkelijkheid waren er heel veel mensen, door de geschiedenis heen, die op schepen belandden zonder van de mannelijke sekse te zijn. Hoewel we de maritieme wereld tegenwoordig vaak nog zien als een echte mannenwereld, vertelt de geschiedenis ons een ander verhaal.

Hanneke Janssen afbeelding

Zeeslag bij Lowestoft op 13 juni 1665, waarin Willemtje Gerrits meevocht. Afbeelding: Willem van de Velde, 1665. Rijksmuseum.

Wie heeft de broek aan?

Irene Jacobs, conservator bij het Maritiem Museum Rotterdam, bracht deze maritieme vrouwen in kaart. Willemtje Gerrits is één van deze vrouwen. Willemtje was zeker niet de enige vrouw die zich hulde in mannenkleren om op een schip te kunnen belanden. Historici in de jaren tachtig deden al onderzoek naar deze vrouwen en vonden hen voornamelijk in het leger en de scheepvaart, als soldaten en matrozen. Deze vrouwen verkleedden zich voor een langere periode als man, wat ze soms hele jaren volhielden zonder ‘ontmaskerd’ te worden.

Of anderen je zagen als man of vrouw werd in de zeventiende en achttiende eeuw namelijk vooral bepaald aan de hand van je uiterlijk en kleding, vertelt Jacobs. Had je lang haar, droeg je een rok en was je de vloer aan het schrobben? Dan was je een vrouw. Maar, knipte je je haar af, droeg je een broek en werkte je op een schip? Dan was je vanzelfsprekend een man.

Masker af

Op deze manier kwamen meerdere vrouwen aan boord van grote schepen die de hele wereld over voeren. Over hun activiteiten weten we weinig, want ze hebben niet opgeschreven hoe het dagelijks leven op zee voor hen was. Hoe wasten ze zich bijvoorbeeld, of wat deden ze met hun menstruatie? Jacobs moest haar verhaal over Willemtje Gerrits vooral ophangen aan informatie die anderen over Willemtje hadden nagelaten. Over haar is relatief veel bekend, omdat zij meevocht in de Slag bij Lowestoft in 1665 en deze overleefde.

Willemtje belandde na deze slag in een Engelse gevangenis, waar ze voor het eerst als vrouw werd ontmaskerd. Van veel vrouwen die meevoeren, weten we enkel van hun bestaan af door rechtbankverslagen na hun ontmaskering. Hier werden de vrouwen verhoord en terechtgesteld voor het betreden van de maritieme wereld met een valse identiteit. Van vrouwen die niet werden ontmaskerd of aangeklaagd zullen we waarschijnlijk nooit het verhaal kennen.

Voor de rechter

In deze rechtbankverslagen noemden de aangeklaagde vrouwen verschillende redenen voor hun vermomming. Het is moeilijk om te bepalen of dit echt hun motieven waren, benoemt Jacobs. Bepaalde redenen zorgden namelijk soms voor een verminderde straf. Veel vrouwen noemden bijvoorbeeld hun vaderlandslievendheid als drijfveer. Deze vrouwen werden geregeld beloond voor hun dapperheid, iets wat ook Willemtje overkwam. Kranten uit haar tijd meldden namelijk dat ze aan het hof van stadhouder Willem III mocht verschijnen, de latere koning van Engeland.

In andere rechtbankverslagen werden regelmatig economische motieven genoemd, merkt Jacobs op. De vrouwen vertelden dat zij meer betaald kregen als zij zich als man verkleedden. Dat doet denken aan een loonkloof die ons tegenwoordig ook niet vreemd in de oren klinkt.

Daarnaast gaven sommige vrouwen als reden dat zij zich nooit een vrouw hadden gevoeld. Door hun uiterlijk mannelijker te maken, werden zij meer zichzelf. Met een hedendaagse blik zouden we deze mensen mogelijk als transgender kunnen identificeren.

En nu?

Vanaf 1800 vinden historici vrijwel geen vrouwen meer die vermomd de scheepvaart betraden. Pas aan het eind van de negentiende eeuw mochten vrouwen officieel als bemanningsleden werken op schepen. Eerst veel in civiele dienst, bijvoorbeeld als kindermeisjes of schoonmaaksters, maar vanaf de jaren zeventig mochten vrouwen ook naar zeevaartscholen. Hier werden ze opgeleid tot machinisten, stuurlieden en kapiteins. Deze vrouwen kregen regelmatig het advies mee dat ze zich beter wat mannelijker konden gedragen. Dan werden ze wat serieuzer genomen, wat sneller geaccepteerd. Ook voor de vrouwen in de twintigste eeuw gold dus nog dat vrouwelijkheid eigenlijk niet thuishoorde in de maritieme wereld.

Tegenwoordig kantelt dat beeld, ziet Jacobs, bij de nieuwste generatie maritieme vrouwen. Zij laten zien dat vrouwen ook aan boord thuishoren, zonder zich te hoeven vermommen als man. Dus, een vrouw en een kip? Zeker geen pest op je schip.

De tentoonstelling ‘Maritieme Vrouwen’, gebaseerd op het onderzoek van conservator Irene Jacobs, vertelt de verhalen van deze en vele andere vrouwen in de maritieme wereld, en is tot en met oktober 2027 te zien in het Maritiem Museum Rotterdam.

Hanneke Janssen is masterstudent Educatie in de Mens- en Maatschappijwetenschappen: Geschiedenis aan de Radboud Universiteit.