1. Geen verdoving
Bind de spieren en de bloedvaten stevig vast met een gewone haarband, adviseerde militair chirurgijn Ambroise Paré (1510-1590) in een instructie voor amputaties. Dan bloedt de wond minder en werden de zenuwen afgeknepen, waardoor de pijn wat werd gedempt. ‘Wanneer je dat gedaan hebt,’ ging Paré verder, ‘snijd je het vlees tot aan het bot met een scherp incisie-mes of een krom mes. Merk op dat tussen de botten vaak wat spier ligt die je niet makkelijk kunt wegsnijden met een groot mes of een amputatiemes. Daarom moet je die voorzichtig losmaken van het bot met iets dat lijkt op een krom incisie-mes. Het leek me goed daarvoor te waarschuwen, want als je iets anders dan het bot behandelt met een zaag, bezorg je de patiënt excessieve pijn, want vlees en membranen kunnen niet goed met een zaag worden doorgesneden.’
Schilderij door Gaspare Traversi, De operatie, 1754-1755.
2. Ether
Kippen hielden van ‘olie van vitriool’, noteerde Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim, beter bekend als Paracelsus (ca. 1493-1541). De beestjes vielen ervan in slaap en het deed hun geen kwaad. Daarnaast kon het middel van Paracelsus ook pijnen bij mensen bestrijden.
Dat klinkt alsof Paracelsus een stap richting anesthesie had gezet. En sommigen geloven zelfs dat hij ether had ontdekt, de vloeistof waarmee artsen in de negentiende eeuw patiënten zouden gaan verdoven. Maar dat is al te vlug geconcludeerd, want Paracelsus’ moeilijk te doorgronden tekst over olie van vitriool lijkt te gaan over een mengsel van vloeistoffen, waaronder mogelijk ether.
Hoe dan ook betekende de ‘olie van vitriool’ – en vergelijkbare mengsels van tijdgenoten – geen doorbraak voor chirurgen. Achteraf gezien is dat moeilijk te begrijpen, gezien de venijnige pijnen die hun patiënten leden. Maar de verdovende middeltjes drongen niet door tot het arsenaal van snijdende behandelaars.
Verder lezen? Lees hier het hele artikel van Historisch Nieuwsblad.