De Pont du Gard in Zuid-Frankrijk, een van de best bewaarde Romeinse aquaducten en een mooi voorbeeld van Romeins bouwkundig vernuft. Foto: Benh Lieu Song.
Begin 2026 stuitten archeologen in het Italiaanse Fano op de basilica van Vitruvius, het enige gebouw van zijn hand dat deze Romein in zijn wereldberoemde boek De Architectura beschrijft. ‘Een topvondst,’ vertelt architectuurhistoricus Koen Ottenheym (Universiteit Utrecht). Vitruvius wordt gezien als de ‘vader van de architectuur’, maar zijn bouwwerken bestonden tot dan alleen in theorie. ‘Het is alsof je de voetafdrukken van een brontosaurus kent, maar nu het skelet vindt.’
De Romeinse architect schreef in de eerste eeuw voor Christus dat de schoonheid van een gebouw niet subjectief, maar absoluut was. Bouwwerken moesten de harmonie van de natuur weerspiegelen; een schoonheid die hij terugzag in het menselijk lichaam. De binnenruimtes, rondgangen en pilaren van een gebouw moesten ten opzichte van elkaar en van het geheel de eenvoudige getalsverhoudingen van het menselijk lijf volgen.
‘Vitruvius verwijst naar tekeningen om dat verder uit te leggen,’ vertelt Ottenheym. Die schetsen zijn niet bewaard gebleven, maar de architect legde wel uit wat hij bedoelde. Ottenheym: ‘Als een mens zijn armen spreidt, is de lengte van vingertop tot vingertop hetzelfde als de lengte van teen tot kruin. Daarmee past hij in een vierkant. En als hij op de grond in een X-vorm gaat liggen, past de mens precies in een cirkel, met de navel in het midden.’
Man op de pijnbank
Renaissance-architecten raakten in de ban van Vitruvius’ idee en probeerden zijn ‘Vitruviusman’ te reconstrueren. De beroemdste tekening is die van Leonardo Da Vinci. ‘Leonardo was de enige die het slim aanpakte, want de meeste tekenaars gingen ervanuit dat de cirkel precies in het vierkant moest passen. Op sommige schetsen ziet het er daarom uit alsof de Vitruviusman op de pijnbank ligt: hij wordt enorm uitgerekt, omdat het anders niet past. Maar Vitruvius zegt nergens dat de cirkel en het vierkant dezelfde maat moeten hebben.’
De vijftiende-eeuwse schilder Albrecht Dürer besloot in navolging van Vitruvius ook naar de maten van vrouwen en kinderen te kijken, en kwam zo tot een hele reeks aan menselijke verhoudingen. En nog steeds zijn de ideeën van Vitruvius invloedrijk. ‘In de twintigste eeuw gooiden modernistische architecten het bouwen met ornamenten overboord. Wat overbleef waren de constructie en de maat van de gebouwen.’
Maar hoe zat het eigenlijk met Vitruvius’ eigen lichaam? Toen hij zijn boek schreef, vond de Romein zijn eigen lijf al lang niet meer ideaal. ‘Mijn gezicht is door ouderdom misvormd,’ schreef hij. ‘Slechte gezondheid heeft me mijn kracht ontnomen.’
Vitruvius, negentiende-eeuws portret door Vincenzo Raggio.