Bij Burgers’ Zoo in Arnhem, waar Bas Lukkenaar al twintig jaar werkt, leven dieren in realistische ecodisplays. Dierenwelzijn is hier een actueel beleidsstuk. De bezoeker moet tegenwoordig op zoek gaan naar de dieren omdat deze zich bevinden in grote, realistische natuurgebieden. Maar lost dit de ethische discussie op? Hoe positioneert een grote dierentuin als Burgers’ Zoo zich in het spanningsveld tussen dierenwelzijn enerzijds en amusement, educatie en soortbehoud anderzijds?
Van privécollecties naar publieke dierentuinen
De eerste dierentuinen dateren van duizenden jaren geleden en verschilden sterk van onze hedendaagse openbare dierentuinen. Het waren privéverzamelingen van koningen en keizers bedoeld om hun status en macht te tonen. Deze menagerieën bevatten verzamelingen van exotische en zeldzame dieren zoals nijlpaarden en katachtigen, tentoongesteld als levende trofeeën. De meeste mensen zouden deze dieren nooit zien. Rond de achttiende eeuw kwam daar verandering in. Vanuit de opkomende burgerij en Verlichtingsideeën ontstond een groeiende vraag naar publieke toegang tot deze exotische dieren. De eerste openbare dierentuin, de Ménagerie du Jardin des Plantes in Parijs, opende haar deuren in 1794.
In de negentiende eeuw waren dierentuinen vooral plekken van vermaak en curiositeit. Exposities met dieren en de eerste openbare dierentuinen uit die tijd vergelijkt Lukkenaar met postzegelverzamelingen: “Hoe zeldzamer, hoe interessanter, hoe meer prestige. Een beetje zoals Pokémon, you gotta catch ‘em all”. De focus lag bij deze eerste dierentuinen op het tentoonstellen van zoveel mogelijk diersoorten. Er was weinig aandacht voor de natuurlijke leefomgeving of het welzijn van de dieren.
Het bewustzijn over dierenwelzijn groeide in de twintigste eeuw. De focus van dierentuinen verschoof naar het nabootsen van natuurlijke habitatten. Zo werden verblijven groter en realistischer. Ook kwam er meer aandacht voor het gedrag en behoeften van dieren, waarbij dierenonderzoek en educatie zich ontwikkelden als belangrijke doelstellingen. Dierentuinen veranderden van plekken van louter vermaak naar centra voor educatie, onderzoek en natuurbehoud. Sinds de jaren zestig werken dierentuinen in Nederland bijvoorbeeld intensief samen op grote vraagstukken als bewustwording, specialistische kennis en natuurbehoud.
De moderne dierentuin: een missie van behoud en verbinding
Nog steeds staat bij Burgers’ Zoo het creëren van een “authentieke, natuurlijke leefomgeving” van dieren centraal. Dit dierenpark, ooit begonnen als een uit de hand gelopen hobby van slager Johan Burgers met zijn privéverzameling fazanten, groeide uit tot een volwaardige dierentuin met een missie van natuurbehoud. Het is volgens Lukkenaar een plek waar je mensen bewust kunt maken van de natuur en daadwerkelijk een positieve “attitudeverandering” kunt bewerkstelligen. Dit streven past bij de bredere veranderingen in de functie van dierentuinen. Enerzijds blijven dierentuinen plekken van ontspanning en vermaak, anderzijds hebben ze een missie om mensen bewust te maken van de kwetsbaarheid van de natuur.
Deze rol is niet zonder controverse. Critici vragen zich af of het nog van deze tijd is om dieren op te sluiten. Zo wijzen sommige dierenrechtenorganisaties op het leed dat gevangenschap kan veroorzaken, bijvoorbeeld door een gebrek aan stimuli of door eenzaamheid. Bij Burgers’ Zoo staan het behoud van bedreigde diersoorten en het leren over natuur centraal, maar blijft de dierentuin bovenal een plek van verbinding tussen de mens en natuur, aldus Lukkenaar. Maar valt deze visie nog te rijmen met hedendaagse ideeën over dieren in gevangenschap?
De uitdagingen van de toekomst
Dierentuinen staan vandaag de dag voor een dilemma. In een tijd waar de mens steeds verder van de natuur af komt te staan, kunnen dierentuinen een brug slaan tussen mens en natuur. “Hoe kun je van iets houden als je het nooit hebt gezien, geroken of ervaren?” vraagt Lukkenaar zich af. Tegelijkertijd worden dierentuinen geconfronteerd met ethische vragen. Is het verantwoord om dieren in gevangenschap te houden? En hoe verhoudt zich dat tot de vrijheid en het welzijn van het individuele dier? Het zijn vragen die steeds urgenter worden, omdat steeds meer diersoorten in het wild met uitsterven worden bedreigd. Is het aan dierentuinen als Burgers’ Zoo om fokprogramma’s op te zetten, terwijl het tegelijkertijd een amusementspark blijft met commerciële doeleinden?
De geschiedenis van dierentuinen illustreert de veranderende rol in de samenleving in relatie tot dierenwelzijn. Van het opsluiten van dieren als statussymbolen door de elite, naar publieke plekken van vermaak, en nu naar centra voor educatie en natuurbehoud: dierentuinen veranderen mee met de tijd en de veranderende normen en waarden over dierenwelzijn in de maatschappij. Maar hoever kan de mens gaan in het opsluiten van dieren om de natuur te redden?
Door Judith Struik, masterstudent Geschiedenis & Actualiteit aan de Radboud Universiteit.