Artikel

Speelse landschapskunst zet aan tot verwondering

Door: Mirjam Janssen, Historisch Nieuwsblad

Talloze kunstenaars kiezen de natuur als onderwerp. Maar er zijn er ook die van de natuur juist kunst maken. Deze land art-stroming is vanaf de jaren zestig in opkomst. Ook in Nederland zijn er vele voorbeelden van te zien.

Het landschapskunstwerk Broken Circle/Spiral Hill bij Emmen, dat is gemaakt door Robert Smithson.

Sinds kort is het landschapskunstwerk Broken Circle/Spiral Hill bij Emmen weer af en toe te bezoeken. Het is aangelegd in 1971 en was een van de eerste landschapskunstwerken in ons land. Het bestaat uit een spiraalvormige heuvel en een cirkel met een landtong in het water – de vissen zwemmen daar door het kunstwerk heen. Het is bedacht door de Amerikaanse kunstenaar Robert Smithson, een pionier van de land art-beweging.  

Het idee om natuur en kunst te versmelten is al heel oud. Zo trekken tussen 200 en 900 n.Chr. inwoners van Zuid-Amerika al de ‘Nazcalijnen’, reusachtige tekeningen van dieren en geometrische vormen in het zand van de Peruaanse hoogvlakte. Door het gortdroge klimaat zijn ze nog steeds zichtbaar. 

De oude Nazcalijnen op de Peruaanse hoogvlakte zijn nog steeds zichtbaar.

In de jaren zestig van de vorige eeuw herleeft de landschapskunst in de Verenigde Staten. Jonge kunstenaars zoeken nieuwe vormen om zich af te zetten tegen de museale wereld. Ze ontwikkelen performancekunst, conceptuele kunst, video- en computerkunst, en land art om met de conventies te breken.  

Via de landschapskunst kunnen ze dichter bij de natuur staan en met de eenvoudigste materialen werken, zoals zand, water, hout en steen. Ze graven diepe kuilen, bouwen vreemde heuvels of bedenken speelse toepassingen met water.   

Land art is niet alleen decoratief, maar reageert op het landschap en werkt ermee samen. Dat betekent ook dat bezoekers zich anders kunnen opstellen. Die hoeven dit soort kunst niet braaf van een afstand te bekijken, maar kunnen erin opgaan. Ze kunnen klimmen, wandelen, aanraken, iets meemaken – wat tot de populariteit ervan leidt.  

Natuurlijk kerkgebouw 

Ook in de rest van de wereld is landschapskunst aangeslagen. Nederland telt inmiddels vele vormen van land art. Zoals De Groene Kathedraal (1996) van Marinus Boezem bij Almere. Boezem meent dat een nieuwe stad een nieuwe kathedraal nodig heeft: daarom heeft hij 178 populieren geplant volgens de plattegrond van de kathedraal van Reims. Inmiddels is er een natuurlijk kerkgebouw gegroeid. 

De populieren van Marinus Boezem zijn inmiddels flink gegroeid: de vorm van een kathedraal is herkenbaar.

Bij Lelystad heeft Robert Morris in 1977 Observatorium aangelegd: concentrische aarden wallen met drie openingen, die hij ‘vizieren’ heeft genoemd. Door het middelste vizier kun je als de dag en de nacht even lang zijn, op 21 september en 21 maart, de zon zien opkomen. Het linker vizier vangt de eerste zonnestralen op de langste dag (21 juni), het rechter op de kortste dag (21 december). Morris ziet zijn kunstwerk als een moderne Stonehenge, het prehistorische monument dat volgens hem ook de tijd aangeeft. 

Robert Morris beschouwt zijn Observatorium als een moderne Stonehenge. Foto: Martijn Klungel.

Bij Fort de Roovere in Halsteren heeft RO&AD Architecten in 2011 de Mozesbrug bedacht: een brug die het water scheidt, zodat de wandelaar zich even in het Bijbelse verhaal kan wanen waarin Mozes de Rode Zee uiteen liet wijken. 

De Mozesbrug bij Fort de Roovere in Halsteren scheidt het water.

Ook op vele andere plaatsen in Nederland is voor mensen die natuur en cultuur willen combineren van alles te beleven. Land art is ludiek, zet aan tot verwondering en soms zelfs tot nadenken.