Artikel

Voorlopers van het protestantisme

Zwolle en Deventer als centrum van de Moderne Devotie

Zwolle en Deventer waren in de Middeleeuwen belangrijk als handelssteden, maar ook als centra van intellectuele en religieuze ontwikkeling. Ze verspreidden de opvattingen van de Moderne Devotie. ‘Een diepchristelijke, eigenwijze beweging,’ vertelt historicus Luc Panhuysen.

In de late Middeleeuwen lag het economisch centrum van de noordelijke Lage Landen nog niet in Holland, dat gebied was nog in ontwikkeling. Steden als Deventer en Zwolle waren veel belangrijker. Ze waren aangesloten bij de Hanze, een groot transnationaal handelsnetwerk. Zwolle profiteerde daarbij van zijn centrale ligging: het was geschikt voor handelsstromen in alle windrichtingen. Het ging de stad goed. ‘Het kenmerk van een bloeiperiode is dat mensen die hem doormaken zich ervan bewust zijn,’ zegt Panhuysen. ‘Ze krijgen het hoog in de bol. Dat gold ook voor Zwolle. Deze stad bouwde rond 1400 twee kerken, een met nog een hogere toren dan die in Utrecht.’

Ook het intellectuele leven floreerde. Het Zwolse stadsbestuur gaf de net benoemde rector van de Latijnse school Johan Cele alle vrijheid zijn instelling te hervormen. ‘Cele zorgde ervoor dat ook getalenteerde jongens van arme ouders een kans kregen om te leren. Ze kregen gratis kost en inwoning. De Latijnse school ontwikkelde een enorme aantrekkingskracht. Van de 4000 inwoners van Zwolle waren er 800 leerling, dus één op de vijf – en dat is trouwens nog steeds zo. De jongens werden ingezet voor de boekindustrie van de stad. Normaal gesproken waren het monniken die boeken produceerden, nu schreven tientallen leerlingen vrome teksten over. De geleerdheid en religieuze ontwikkeling voeren er wel bij.’

Stadsaanzicht Zwolle

Cele was bevriend met een andere belangrijke man uit die tijd: Geert Grote, de grondlegger van een nieuwe spirituele beweging, de Moderne Devotie. ‘Geert Grote was een burgemeesterszoon uit Deventer, geboren met een gouden lepel in de mond. Maar na een ernstige ziekte gaf hij alles weg en gebruikte een deel van zijn geld om een nieuwe lekenorde op te richten. Het was een zeer strenge orde, de leden wedijverden om vroomheid. Ze deden bijvoorbeeld as op hun brood, zodat het niet lekker smaakte. Ze streefden naar puurheid en een persoonlijke geloofsbeleving. Grote vond dat ieder mens zelf verantwoordelijk was voor zijn zielenheil. Voor het contact met God was bemiddeling van een geestelijke beslist niet de enige voorwaarde.’

Vanuit Zwolle en Deventer bereikten de opvattingen van de Moderne Devotie ook andere Hanzesteden. De leden stichtten meer dan honderd kloosters, vooral in Noord- en Oost-Nederland, Noord-Duitsland en rondom Keulen. De opvattingen van Grote werden ook onderwezen aan de leerlingen van de Latijnse school in Zwolle, die ze uitdroegen toen ze later voorname maatschappelijke posities hadden bereikt.

Thomas a Kempis

De beroemdste Moderne Devoot was Thomas à Kempis, uit het Belgische Kempen. Hij voelde zich aangetrokken tot de geest van strengheid en de wens om zelf de Bijbel te lezen. Net als andere Moderne Devoten hield hij een rapiarium bij, een aantekenboekje met de mooiste spreuken en Bijbelteksten. Dat is gepubliceerd onder de titel Over de navolging van Christus en werd op de Bijbel na de grootste bestseller van het christendom.

‘De Moderne Devoten hebben veel invloed gehad,’ zegt Panhuysen. ‘Ze waren voorlopers van het protestantisme.’ Niet toevallig had Maarten Luther een leermeester uit een klooster dat door Moderne Devoten was gesticht. Hij spijkerde in 1517 zijn beroemde 95 stellingen op de kerk van Wittemberg: dat was het begin van de Reformatie.